Dag 2: inleven in de karakters

Doel

Vloeiend lezen verbeteren door herhaald lezen

Introductie

Herhaal de stukjes die in de vorige les zijn gelezen, dus alleen het begin van het verhaal. Laat elke groep weer de tekst van het gekozen karakter hardop lezen. Stop als elke groep een beurt heeft gehad.
Lees vervolgens zelf de rest van het verhaal voor. ‘Wat vonden jullie van het einde?’

Instructietoneellezen

‘Zijn de karakters wel echt stoer of deftig?’ (Grijp eventueel terug naar het woordweb.) Kies samen met de kinderen één woord, of eigenschap om bijvoorbeeld Enzo (of een ander karakter) te omschrijven. Teken een schaal bij elk karakter. Zet de cijfers 1 tot en met 5 ernaast. Zet de eigenschap eronder.
‘Nu mogen jullie in tweetallen je rol instuderen. Straks luister ik hoe stoer, lief of gemeen jullie kunnen klinken. Jullie oefenen alleen je eigen tekst. Stukje voor stukje. De een leest, de ander luistert. Daarna bespreek je wat goed gaat en wat nog beter kan. Geef elkaar maar een cijfer. Probeer het gerust nog eens. Kijk of je je cijfer kan verbeteren.’

Inoefening

Laat in tweetallen oefenen. Elk oefent alleen de tekst van zijn of haar karakter. Er worden dus stukken van de tekst overgeslagen, maar het gaat om het oefenen van de tekst van de eigen rol. Oefentip: laat een zwakke lezer met een sterke lezer oefenen. Laat hen dezelfde rol oefenen. Op deze manier heeft een zwakke lezer meer herhaling en een goed voorbeeld.

Afronding

‘Wie had er eerst een laag cijfer en daarna een hoog cijfer? Hoe heb je dat gedaan?’

Tip bij het lezen: Als je blij wilt klinken, helpt het om blij te kijken. En als je boos wilt klinken … kijk dan maar eens heel boos!